Volgens de boekjes

“Slaapt ‘ie al door?”
– “Eh… nee, hij is drie weken oud, dat hoeft toch ook nog niet…?”
“O, nou, maar die van mij …”
Sinds acht weken mag ik mijzelf ‘moeder’ noemen. Een geheel nieuwe rol is mij toebedeeld en wat ben ik daar dankbaar voor. Naast het feit dat het erg wennen is en er echt wel eens pittige momenten zijn (‘wat wil hij nu toch?!’), geniet ik erg van ons lieve jochie. Het is een makkelijk ventje, denk ik. Hij groeit, drinkt, plast, poept en slaapt. En dat doet hij, aldus veel deskundige omstanders (kraamhulp, verloskundige, consultatiebureauarts) volgens de boekjes.
Volgens de boekjes? Ja, volgens de boekjes. Dit horend van deskundigen, maakt mij als pasgeboren moeder natuurlijk erg trots. Want: hij doet het volgens de boekjes. Ook stelt het me gerust, wanneer ik iets dergelijks hoor. Want, tjonge – wat kun je als nieuwbakken moeder toch onzeker zijn! En tot slot maakt het me dankbaar. Dankbaar dat zoveel deskundigen oog hebben voor de ontwikkeling van mijn pasgeboren jongen. Wat fijn dat Nederland daarin zo ontzettend ver ontwikkeld is!

Toch benauwt het me soms ook, het ‘volgens de boekjes doen’. Natuurlijk: ik snap dat een baby voldoende voeding binnen moet krijgen om te groeien en dat het daarnaast erg belangrijk is dat een baby genoeg slaapt. Maar wat ik mij van tevoren niet zo sterk gerealiseerd had: er is nu al een geplaveid pad over hoe het hoort, moet of over hoe het al dan niet zou moeten gaan
Een aantal voorbeelden:

  • Er bestaat een curve met een boven- en onderlijn voor lichaamsgroei en de schedelomtrek. Daarbinnen vallen is noodzakelijk om verdere zorgen uit te sluiten.
  • Er bestaat een voedingsrichtlijn, dat aangeeft dat een baby niet meer dan … en ook niet minder dan … mag drinken. Hetzelfde bestaat ten aanzien van ontlasting: graag minimaal … plasluiers per dag en daarnaast ook … poepluiers.
  • Het internet bestaat, vol met informatie van ‘hoe het hoort’, ‘hoe het normaal is’ en dat internet zoek je in onzekere tijden maar al te graag op, om informatie in te winnen.
  • En dan bestaan er ook nog honderden, zo niet duizenden, ervaringen van personen die vóór jou moeder of vader werden en óók de nodige ervaring (gevraagd of ongevraagd) met je willen delen.


Hierover sprak ik met Neline. Hopende dat zij mij kon geruststellen (‘dit is een fase, Marianne, dat gaat wel over, straks is het allemaal duidelijker’), werd ik teleurgesteld. Neline diende mij van repliek: ‘Dit blijft en gaat niet meer over. Denk maar eens aan je eigen werk.’
Ze had gelijk. Ook ik voer met ouders gesprekken wanneer de ontwikkeling van het kind niet volgens de boekjes gaat. En ik ben ervan overtuigd dat het belangrijk is, een plicht, om ouders tijdig in te lichten wanneer er zorgen bestaan om de ontwikkeling van hun kind op school, hoe moeilijk dit soms voor ouders ook is. Maar nu, nu ik zelf moeder ben, loop ik risico. Risico om ooit aan die andere kant van de tafel te belanden. Niet als professional, maar als moeder. Neline zelf heeft dat al eens meegemaakt. Hoe moeilijk kan het voor een moeder zijn, wanneer het beeld dat een moeder zelf van haar kind heeft, verschilt van het beeld dat de betrokken professional van het kind heeft.

Een maatschappelijk geplaveid pad: het is er al. Ook voor mijn zoontje.
Eerlijk? Ik hoop ergens wel dat mijn zoontje dat pad in de meeste opzichten zal bewandelen. Dat is zoveel makkelijker voor hem… En als het in bepaalde opzichten niet lukt? Dan hoop ik dat ik hem kan ondersteunen waar hij dat nodig heeft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *